KENMERKEN VAN VIKINGSCHEPEN

 

Het Vikingschip kende een voor die tijd hoge graad van perfectie en was superieur in vaarsnelheid. Het gehele schip was in zijn bouw sterk, licht en flexibel geconstrueerd. De voor- en achterzijde van het schip kenden een gelijke vorm met een scheepshuid gemaakt van overnaads geklonken planken. Het grootspant vertoonde daarbij een zuivere accoladevorm. Door de geringe diepgang kon het op nagenoeg iedere rivier varen en door de vrij vlakke bodem op veel plaatsen landen. Het was zodanig zeewaardig dat het op de Noord-Atlantische Oceaan een storm kon doorstaan. Verder was de vorm van het Vikingschip vloeiend. Alle hier genoemde schepen hebben een lange romp met een scherpe voor- en achtersteven. Bij de karveelgebouwde schepen van de Middellandse Zee en de Indische Oceaan lagen destijds de huidgangen met de randen tegen elkaar, in tegenstelling tot de overnaads geklonken Vikingschepen.

Langschip

Het type dat als oorlogs- en transportschip werd gebruikt was het zogeheten "langschip", dat gezeild en/of geroeid kon worden. Het langschip vertoont een lichte constructie met een lengte-breedteverhouding van circa 10:1 tot 5:1 en een beperkte diepgang. Een langschip kon gemakkelijk worden geroeid en een forse snelheid ontwikkelen. Het werd gezeild met een dwarsgeplaatst zeil.

Omdat intimidatie en uitstraling belangrijk waren, was het langschip vaak versierd met houtsnijwerk op de boorden en de stevens. Het snijwerk op de stevens was vaak een slangenkop of een draak. Hierdoor is de naam "drak(k)ar" ontstaan voor deze schepen.

Een bekend teruggevonden langschip is de Skuldelev 2. Dit schip was circa 30 meter lang, bijna 4 meter breed en had een diepgang van 0,9 meter bij een volgeladen gewicht van 25 ton. Het kon een topsnelheid bereiken van 15 tot 20 knopen (27 tot 36 km/u) en een bemanning voeren tot circa 80 mensen van wie 60 roeiers. In 1997 werd in de Deense stad Roskilde het grootste langschip teruggevonden. Dit langschip, de zogeheten Roskilde 6, was circa 36 meter lang, 3,5 meter breed en bood vermoedelijk plaats aan 78 roeiers en in totaal 100 bemanningsleden.

Snek

De "snek" was het kleinste schip onder de langschepen. Het werd veel gebruikt. Een doorsnee snek wordt geschat op een lengte van 17 meter, 2,5 meter breed, 0,5 meter diepgang en vol geladen 6 ton zwaar. Het voerde dan een bemanning van 30 mensen, van wie 26 roeiers. Vermoedelijk was de Skuldelev 5, die een topsnelheid van 15 knopen kon halen, van het type snek.

Knarr

De "knarr" werd veel gebruikt als zeegaand vrachtschip en werd meestal gezeild. De knarr was functioneel gebouwd en had dus geen overbodige zaken zoals houtsnijwerk. Dit in tegenstelling tot langschepen zoals de snek die ook voor oorlogsdoeleinden dienden en dus moesten imponeren. De knarr was de voorloper van de koggeTussen een langschip en een knarr bestonden aanzienlijke verschillen: de knarr was breder (3:1) en had voor en achter een halfdek met faciliteiten voor roeiers en midscheeps ruimte voor lading. Een knarr was ook hoger van bouw dan een langschip en bezat een doorlopend, laag geplaatst dek met gaten in de bovenste huidgang om riemen door te steken. Men vermoedt dat de 12 ton zware Skuldelev 1 van het type knarr is. Dit teruggevonden schip was 16 meter lang bij 5 meter breed. Volgeladen kon het 24 ton lading hebben en kreeg het een diepgang van 1,3 meter met een bemanning van 6 tot 8 personen.

Karve

De "karve" was een klein vracht- of oorlogsschip om vooral langs de kust te varen, hoewel het ook zeewaardig was. De karve was een kleine uitvoering van het langschip met een lengte-breedteverhouding van circa 5:1. Met zijn geringe diepgang kon het overal komen. Het circa 23 meter lange Gokstadschip en het Osebergschip zijn karven.

(Replica van een Knarr op een derde van het ware formaat)

De Oseberg (boven) en de Gokstad (onder) zoals ze in het Vikingschip Museum in Oslo te zien zijn.

Ook boten die onder meer dienden voor de visserij, worden weleens tot de Vikingschepen gerekend. Teruggevonden vissersboten hadden een lengte vanaf 6 meter. Verder werden in het Gokstadschip drie kleinere roeiboten teruggevonden, die vermoedelijk ook gezeild konden worden. Ze dienden als sleepbootje achter het schip, mogelijk om lading aan boord mee af te dekken en als pendelbootje van het schip naar de wal. Een van die drie teruggevonden boten was 6,5 meter lang en had 4 roeiriemen. Dit type noemt men ook wel "faering". De tweede was groter; dit 10 meter lange type noemt men ook wel "seksring". Deze benamingen typeren het aantal roeiriemen, dus vier of zes.

Bezoek ook de facebookpagina van project Vikingschip Dorestad

© 2018 Proudly created by Cosy's Corner

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now